2004-05-19 Documentaire met Jan van der Schans


De prettige ervaringen met Jan van der Schans als spreker bij het onderwerp “Belichting”, waren aanleiding hem weer te vragen over “Documentaires”. Jan is een echte specialist op dit gebied en maakt bijna elk jaar wel een documentaire film, die regelmatig goed scoren.

Volgens Jan zijn documentaires de meest onderschatte films bij de NOVA. Je kunt beter een redelijke speelfilm maken dan een goede documentaire. Als een van de redenen hiervoor noemt Jan het feit dat je regelmatig op TV goede documentaires ziet en dat het, als je het goed maakt, zo gemakkelijk lijkt.


Wat is een documentaire?

Een informatieve film waarin de maker ook een eigen boodschap geeft. Anders is het een informatieve verslaggeving.


Hoe kom je aan het idee?

Door goed op te letten. Zelf maakt hij alleen documentaires en aan het maken van een speelfilm is hij nooit toegekomen. Jan is zelf lid van Rijswijk en voorzitter van de NOIA, de organisatie van individuele amateurs van de NOVA. Hierdoor heeft hij wel elk jaar twee wedstrijden en wil daaraan ook meedoen.

Voor wie maak in mijn films?

Voor de filmclub, vakgenoten, oudheidkundigen, toevallige bezoekers.

Invalshoek kan zijn: pittoresk (vaak armoede) of toeristisch (mensen hebben een boterham). Wat je laat zien moet passen in de doelstelling van de film.

twoudt1

Als voorbeeld laat Jan zijn film zien over “’t Woudt”. 
Hij wilde graag een film maken over dit dorp. Wat kun je dan doen? Praten met bewoners. Met een tweetal klikte het helemaal niet. Een ervan wilde vertellen wat ik moest doen. Het is tenslotte mijn film en geen opdracht. Uiteindelijk werd het een film over de kerk en van daaruit het dorp in. ’t Woudt is een beschermd dorpsgezicht, maar ik kende er niemand, wist er niets van. Je moet van daaruit beginnen. Schrijven van een verhaal, aangeven wat we ervan weten, hoe we het willen zien. Op deze manier ontstaat dan een soort scenario. Belangrijk daarbij is steeds in het achterhoofd te houden of de film ook te realiseren is. Je kunt fantastische ideeën hebben en deze fraai uitwerken, maar dan ben je er nog niet.

Een goede film zonder scenario is niet mogelijk. Er komt dan te weinig lijn in de film. En …. Je mist essentiële dingen. Gebruik van alleen tekst kan niet. Je kunt aan een film zien of er een scenario voor is geschreven.

Hoe kom je aan informatie? Veel lezen, folders van VVV (wie heeft de folder geschreven, wellicht heeft hij meer informatie), Internet zoekacties, bezoek bibliotheken.

Draaiplan.

Volgende stap is het draaiplan. We maken een overzicht hoe we de opnamen in een gemakkelijke volgorde kunnen maken. Daarbij houden we ook rekening met problemen die gedurende een gedeelte van de dag kunnen optreden. Hoe staat de zon? In de kerk zitten ramen, de zon geeft daardoor grote contrasten.

Kunnen we deze aan? Rekening houden met openingstijden en bijzondere gebeurtenissen (die kerk is immers nog in gebruik). De ramen zijn van glas-inlood, dus niet op de automaat zetten. Wel belichten op de donkere delen of lichte delen. Als we een stop overbelichten dan zijn de lichte delen overbelicht. Iets te donkere beelden is minder hinderlijk. Zorg ook voor voldoende achtergrondgeluid (dorpsgeluid). Zelf doet Jan dit door

de camera op statief te zetten, dop op de lens en bijv. 10 minuten geluid opnemen. Aan de hand van verschillende filmfragmenten laat Jan daarna wat voorbeelden zien.

Productie.

De productie is een verwaarloosd stuk bij het filmen. “Een goede voorbereiding is het halve werk”. Als je mensen nodig hebt moet je gaan plannen. Een zg “pratend hoofd” kan goed, als deze man/vrouw ook kan vertellen en weet waarover wordt gepraat. Dit is eveneens van toepassing als gebruik gemaakt wordt van een

discussiepanel. Zijn alle deelnemers ook deskundig, of wie is het meest deskundig. Heb ik een interview nodig? Heb ik goed omgevingsgeluid wat ik kan gebruiken, anders moet ik dat ook nog opnemen.

Maak lijst van spullen die je nodig hebt. Controleer dat ook weer bij inpakken. Test vooraf of alles nog werkt. Zijn de accu’s geladen, etc. Als je met lampen werkt, blijf dan in de pauze er van af. Heb ik de juiste voorzetlenzen, voldoende verlengsnoeren, accu of lichtnet, welke microfoons, koptelefoon met splitsertje (cameraman en regisseur). Heb ik handschoenen voor de hengel van de microfoon?

Kortom: een heleboel voorbereiding, maar het resultaat is dan veelal ook naar wens. Aan de film “De Delftsche Kamer” uit 2002 werkte Jan ongeveer 2 maanden, waarbij vaak op zondag evt. zaterdag.

Tot slot de opmerking van Jan: “Als documentaire filmer moet je een tic hebben”. Voor ons was dit een goede tic en hadden wij een erg leerzame avond. De behandelde aspecten als voorbereiding etc gaan verder dan het maken van een documentaire film en komen bij vrijwel elke opname op de een of andere wijze aan bod.


 CluB Webmaster: John Riegen / Harry van der Burgt