2006-05-03 Cursus filmgeluid

Verslag van de Cursus “Filmgeluid”van de Regio ZH1 en ZH2 te

Oostvoorne, 21-22 januari 2006

Geluidsspecialisten bij de cursus waren Tom van der Hoff (5-jarige"Tonmeister" opleiding) en Arjan Haakmat (Filmacademie). Tom van der Hoff behandelde het “Microfoon Seminar”, de technische aspecten van de microfoon en veel erom heen. Hieronder volgt een weergave van zijn visie op filmgeluid:

De meeste onder ons moesten hun microfoonkennis opdoen door zelf te experimenteren met wat ze van andere goedbedoelende amateurs geleerd hadden. Echter ook hier bleek koning Eenoor vaak de oorzaak van veel onuitroeibare misopvattingen, fabels en pertinent verkeerde microfoontechnieken te zijn. Hoe veel van deze indianenverhalen konden ontstaan heeft alles te maken met het verleden van de microfoon, een beetje met de menselijke gemakzucht en het wantrouwen van de eigen oren.

Tal van technieken werden, met wisselend succes, gebruikt maar pas met de komst van de condensatormicrofoon, waar een bijna gewichtsloos vliesje de geluidstrillingen perfect omzet in elektrische trillingen, werd het relatief eenvoudig om vervorming, klankgetrouwheid en dynamiekomvang te kunnen voorspellen. Uiteindelijk konden deze, na de uitvinding van het ladingdragende 'electret' materiaal, aanzienlijk eenvoudiger, slanker en vooral kleiner geproduceerd worden.

john geluidr

Foto’s: Jaap Leeuwe

De meeste "gewone" of dynamische microfoons zijn eenvoudiger in het gebruik en goedkoper te produceren met als gevolg dat ze erg populair zijn in de muzikantenwereld. Temeer omdat hier klank geproduceerd en niet gereproduceerd wordt is de klankgetrouwheid nauwelijks belangrijk, men draait toch net zo lang aan de knoppen totdat er een 'lekker' geluid ontstaat. De serieuze moderne opnametechnici in met name het klassieke segment zijn al lang overtuigd van de superieure eigenschappen van een goede compromisloze microfoon. Ook in de professionele filmwereld worden vrijwel uitsluitend condensator microfoons gebruikt. 


Maar om een goede opname te kunnen maken is het gebruik van onberispelijke microfoons niet voldoende, ook de opstelling ten opzichte van de geluidsbron in zijn akoestische omgeving is cruciaal. Om dit in vaktermen toe te lichten spreekt men van de juiste positie ten opzichte van de galmstraal, waarmee bedoeld wordt de plek waar het directe geluid in perfecte balans is met het door de omgeving gereflecteerde geluid. (ambianceverhouding).

Microfoons kunnen bovendien ook nog onderscheiden worden in rondom gevoelige, (omni's) of (diverse) richtingsgevoelige typen. Twee omni's, zo'n 35-45 cm uit elkaar, geven het beste stereo geluidsbeeld als men voldoende dichtbij kan komen om binnen de galmstraal te blijven en/of voldoende signaal-stoorgeluid afstand heeft. Slechts als dit om allerlei reden niet mogelijk is kunnen eventueel richting gevoelige microfoons ingezet worden en nemen we de principiële verkleuring van het geluid, zeg maar het toetereffect, en de grote windgevoeligheid op de koop toe.

De voordelen van deze compromisbenadering zijn voornamelijk van toepassing op niet kritische videoamateurs die geen omkijken naar het geluid willen hebben. In de professionele videowereld wordt daarom ook meestal met losse, al of niet richtingsgevoelige, handmicrofoons gewerkt, en dat is er een beetje diep ingesleten. Sinds vele jaren zijn daar echter aanzienlijk betere oplossingen voor. Onafhankelijk welke microfoon je ook gaat kiezen, het een noodzaak om tevens een koptelefoon aan te schaffen. Je zal niet de eerste zijn die thuis komt en dan ontdekt dat de aansluiting met je microfoon niet goed heeft gezeten of het geluid niet hoorbaar is of de geluidsdruk te hoog is geweest of dat je de versterker in je camera niet goed had afgeregeld. Controleer altijd het geluid bij de opnamen!

Te stellen eisen:

De eisen die we aan de microfoon stellen vallen uiteen in een paar algemene eisen, die bij elke keuze gelden, een paar specifiek, toepassings afhankelijke, eisen en de eis dat de microfoon in je audioketen moet passen. Om teleurstelling te voorkomen verdient dit laatste zeker je belangstelling.

Afhankelijk van de toepassing beperken we ons tot de volgende situaties:

1. Microfoon op de camera t.b.v. algemene camerageluid te verbetering.

2. Een microfoon om commentaar bij de videofilm in te spreken, de Voice-over.

3. Een microfoon om interviews mee op te nemen.

Voorbeelden hiervan werden door John op deze avond behandeld en gedemonstreerd, waarbij zowel voor- als nadelen werden besproken.

De tweede deel van de cursus stond in het teken van “Filmgeluid” en werd verzorgd door Arjan Haakmat. Dit deel kon op onze avond niet worden behandeld, omdat het microfoongedeelte teveel uitliep. Dit houden we mogelijk nog te goed.


 CluB Webmaster: John Riegen / Harry van der Burgt