2008-06-25 Verhaal in de film

Hoe krijg je verhaal in de film?

Harry van der Burgt en John Riegen behandelden tijdens deze vakantie avond het onderwerp "het verhaal in de film". Daarbij werden aspecten aangestipt die ervoor zorgen dat een film meer is dan een verzameling beelden. 

Bij de jurering bij de regio en de Nova worden een drietal aspecten beoordeeld. Hierbij geven we een voorbeeld van de vorm waarin dat kan gebeuren aan de hand van een paar films.

1.    Thema Motief en Inhoud 

(Bijv. A: Gaudi, architect van een beroemde kathedraal in Barcelona, Bijv.  B: Een filmische wandeling door Trier)

2.    Verhaalstructuur 

(Bv A: Inleidend wordt de onvoltooide kerk getoond. Vervolgens de levensweg van Gaudi als grootste architect van Spanje. De film geeft een goed beeld over de huidige stand van zaken, Bv B: Verschillende historische en culturele zaken vinden hun plaats in deze film.)

3.    Filmische vormgeving

(Bv A: De hele film is nogal statisch. Prachtige beelden van de gekleurde ramen. Veel beelden zijn overbelicht. Commentaarstem is helder en geeft aanvullende informatie. Een mooie film over een groot man en een imposant bouwwerk. / Bv B: Verslaggevende cameravoering, nergens opvallend en dat is eigenlijk een pluspunt. De muziek is op den duur wat indringend aanwezig en het live-geluid ontbreekt helaas. De film is goed gedocumenteerd. Er is voldoende aanvullend beeldmateriaal om het geheel te complementeren.)

Het verhaal:

Een verhaal is een meer of minder fictief relaas van een of meer gebeurtenissen die de hoofdperso(o)n(en) meemaken. Een verhaal kan mondeling verteld worden, informeel of formeel in een voorstelling of voordracht maar kan ook in geschreven of gedrukte vorm worden verspreid. Het vertellen ervan is naar alle waarschijnlijkheid de oudste vorm van vermaak die de mensheid kent en sommige verhalen zijn eeuwenoud, maar ook tegenwoordig worden nog steeds sterke verhalensprookjes en moppen verteld, kunnen mensen hun verhaal doen en kan men op verhaal komen. Een verhaal vanuit de mondelinge traditie wordt ook wel vertelling genoemd. In onze situatie is ook film het vertellen van een verhaal, maar dan begeleid door beelden en geluid.

Verhaalanalyse:

Een verhaal wordt vaak geanalyseerd, dat heet de verhaalanalyse.

Daar spitst men zich toe op het ontleden van het verhaal in zijn verschillende aspecten :

Type (fictie of non-fictie), Genre, Verloop, Begin, Einde, Personages, Spanning,Vertelperspectief, Samenhang en verband, Motief, Thema, Motto, Verteltijd, Vertelde tijd, Ruimte, Stijl, Stijlstroming

Deze aspecten kunnen bijdragen tot het beter begrijpen van teksten, verhalen en ook onze films..

Het thema:

Met het thema van het verhaal wordt iets anders bedoeld dan het onderwerp.

Een onderwerp kan bijvoorbeeld ‘pesten’ of ‘liefde’ zijn, maar in het thema zit altijd een boodschap verborgen.

Een thema bij het onderwerp pesten kan bijvoorbeeld zijn ‘Je moet iedereen in zijn waarde laten’ of ‘Wat kan het effect zijn van ‘grapjes’ met anderen?’

Een thema bij het onderwerp liefde kan zijn ‘hoeveel mag je van iemand houden’ of ‘Is liefde altijd goed voor je?’

Het thema van een verhaal bepalen is niet makkelijk en je moet over het hele verhaal nadenken om erachter te komen wat het thema van het verhaal is. Alles in een boek werkt namelijk naar het thema toe. Om het thema te bepalen kun je jezelf de volgende vragen stellen:

·         Wat is de  ‘wijze les’ van het verhaal?

·         Wat wil de schrijver of filmer je meegeven over het onderwerp?

·         Met welk probleem (gevoel/gedachte) zit de hoofdpersoon?

·         Wat ontdekt de hoofdpersoon over het onderwerp? Verandert hij/zij van mening in de loop van het verhaal?

·         Zegt het boek of de film iets over een universeel (voor iedereen geldend) probleem?

 Laatste punt; het thema is nooit één woord, maar altijd een kort zinnetje!

 

Verhaallijn:

De verhaallijn is de rode draad die door het hele verhaal loopt. Een verhaallijn draait om 1 centraal probleem of centrale vraag. Sommige boeken of films hebben meerdere verhaallijnen, elk met hun eigen rode draad. Die meerdere verhaallijnen kruisen elkaar meestal en soms overlappen de verhaallijnen elkaar soms.. Pas aan het einde echter kan jij als kijker en kunnen de hoofdpersonen zien welke invloed ze op beider leven hebben uitgeoefend.

Filmtaal:

Filmtaal is een overdrachtsvorm waarbij gebruik wordt gemaakt van filmbeelden.

In een stuk proza moeten de woorden goed gekozen worden en compleet met leestekens, in de juiste volgorde staan om iets zinvols te kunnen overdragen.

In analogie daarmee moeten in een film de beelden ter zake doende zijn en in de juiste volgorde staan wil de film, niet alleen begrijpelijk, maar ook interessant zijn voor de kijker.

Om dat te bereiken bestaan er regels voor de montage en de keuze van de beeldinstellingen; bij wijze van spreken een filmgrammatica.

Tekens:

Een taal is een systeem van tekens, een film een systeem van beelden, soms van uiteenlopende aard. Tekens die de kijker kan begrijpen.

Zo zien we bijvoorbeeld mensen met elkaar praten, gebaren maken, lachen, huilen of bezorgd kijken. Denk aan de kleren voor bepalen van een locatie, winterkleding of strandkleding, bikini of bourka, werkkleding.

Verder kunnen in een film voor ons herkenbare dingen voorkomen als verkeersborden, reclameborden (welke taal).

Maar niemand zal dit soort tekens rekenen tot de filmtaal, omdat deze ook buiten de film kunnen voorkomen. Toch zeggen ze veel over het “waar” van een film.

Filmische tekens:

Filmische tekens zijn tekens die door de makers van een film worden gemaakt.

Ook deze kunnen buiten een film voorkomen.

Vallende bladeren kunnen ook buiten de film een teken zijn van een naderende herfst, maar als de filmer dit gebruikt om een wisseling van het seizoen aan te geven maakt hij er op dat moment een filmisch teken van.

En als we een acteur met een bepaald accent laten spreken, bijv. Limburgs dialect, maakt hij hier een filmisch teken van ook al wordt natuurlijk buiten de film ook Limburgs gesproken.

Toch zijn dit andere filmische tekens dan een close-up of een laag camerastandpunt.

Met een close-up geven we aan dat het beeld van groot belang is, een laag camerastandpunt dat we ergens tegenop kijken.

Men ziet dat het niet gemakkelijk is “filmische tekens” te definiëren.

Het is daarom gemakkelijker om een andere indeling te maken en tekens die door de filmer worden aangebracht en tekens die alleen door de camera of de montage kunnen worden gemaakt. Tot de eerste categorie filmische tekens horen om te beginnen alle elementen waaruit het “filmverhaal” is opgebouwd.

Zo wordt elk filmgenre gekenmerkt door een aantal tekens. In de westerns zien we cowboys en indianen. Ook de tekens waarmee acteurs zich bedienen horen tot deze categorie.

Decoupage en montage:

Omdat een film bijna altijd bestaat uit beeldenreeksen bestaat ligt het voor de hand dat we het niet zoeken in afzonderlijke beelden maar in beeldenreeksen, in een combinatie van shots tot scènes en van scènes tot een complete film.

Hierbij maken we nog onderscheid tussen decoupage en montage.

Bij decoupage gaat het om het opsplitsen van een scene, dat is een handeling die zich op een plaats en zonder tijdsverschil afspeelt, in een aantal shots (of het opsplitsen van een opname in kortere shots).

Bij decoupage maakt de filmer om te beginnen een selectie uit de beschikbare opnamen, hij hoeft niet alles te gebruiken maar kan zich beperken tot de essentiële delen. Hierdoor wordt een keuze gemaakt tussen betekenisvolle beelden en betekenisloze beelden. Vervolgens houdt decoupage ook in dat de filmer de gebruikte beelden zo opneemt dat ze precies brengen wat hij wilde benadrukken.

De keuze voor een longshot of mediumshot, een bewegend shot is eveneens een aspect van decoupage. De volgorde waarin beelden worden vertoond is dat ook.

Met decoupage leidt de filmer dus onze blik, legt hij relaties die we zelf niet zouden hebben gezien, brengt hij accenten aan en bepaald het tempo van de gebeurtenissen. Hierdoor kan ook spanning worden opgebouwd.

 

Bij montage worden dingen of handelingen die in feite niets met elkaar te maken hebben tot een beeldenreeks samengevoegd waardoor dan wel een samenhang (associatie) tussen deze zaken ontstaat.

Montage, in expressieve zin, is meer een middel om begripsmatige relaties te leggen tussen twee of meer zaken of gebeurtenissen die overigens in tijd en plaats volledig gescheiden zijn.

Technisch gesproken vindt in beide gevallen montage plaats.

Maar als we het hebben over expressief aaneenvoegen van beelden, dan is decoupage een zaak van analyseren en montage een kwestie van synthetiseren (samenstellen).

Bij de opname moeten we met deze aspecten al rekening houden. In het wilde weg opnemen met de gedachte “dat zien we later wel bij de montage” zal heel dikwijls uitlopen op een mislukking.

Alles wat we doen met de camera betreffende afstand, richting, hoogte en beweging leggen we de kijker dwingend op  Hij kan het niet anders zien, dan wij als filmmaker het hem voorschotelen. Hij moet met alle camerabewegingen mee of hij wil of niet. Dit kan storend werken. Denk maar aan een verkeerde pan, tilt of onrustige camerabeweging. Zolang de kijker zich niet bewust is van een camera zal hij denken dat het zijn eigen blikveld is en zich later weinig of niets van de beeldwisselingen herinneren. Een springer valt daarom vaak op omdat deze niet functioneel is.

 

Filmplan:

Het maken van een filmplan is eigenlijk even belangrijk als het filmen zelf en als we filmen hoort dat dan ook gebaseerd te zijn op een filmplan.

Natuurlijk zijn er talloze mogelijkheden om een scenario in te vullen: van een globaal plan tot een gedetailleerd uitgewerkt script waarin alle opnameshots staan vermeld en niets aan het toeval wordt overgelaten.

Continuïteit:

Wie filmt, vertelt eigenlijk een verhaal. En zoals ieder verhaal moet een film ook bestaan uit een goede inleiding, een middengedeelte en een einde. En dan is er nog iets dat deze delen samenbindt. De onderlinge samenhang noemen we continuïteit.

Wanneer we een gebeurtenis filmen ontstaat deze continuïteit vanzelf.

Maar wanneer we de film later in een logische volgorde monteren kunnen we daarvoor zelf zorgen.

Het vertellen van een eenvoudig verhaal is niet moeilijk. Het begin en einde van een film hoeft geen belangrijk onderdeel van een film te zijn. We kunnen ook titels of beelden gebruiken die het begin of einde symboliseren. Ook ondersteunende voice over kan hiervoor zorgen. Een belangrijk hulpmiddel om de continuïteit te bewaren is gebruik te maken van de bekende 5 W’s (Wie, wat, waar, wanneer, welke wijze).

Beeldafwisseling:

Voor de kijker is het vervelend om lang naar een zelfde opname te kijken.

Breng dus afwisseling aan in de beelden.

-       lengte shots

Hoe lang een opname moet worden hangt af van het onderwerp.

Longshot 10 tot 30sec al men langs een scene beweegt en er veel te zien is.

Medium 8 tot 10 sec

Korte opname niet langer dan 5 sec en gebruiken voor tussenshots waarin minder te zien is of voor close ups.

Drukte weergeven in een stad kan het beste met veel korte shots.

Een rustig vakantie landschap vraagt om wat meer langere shots.

Korte shots, lange shots en medium shots moeten elkaar afwisselen.

Goede vuistregel is: beginnen met een “establishing shot” waarmee men laat zien waar zich iets afspeelt. Meestal is dat lang, maar hoeft niet zo te zijn (medium shot van spelend kind op strand).

-       tussenshots

Maak gebruik van korte tussenshots.

Bv uitpakken ijsje duurt lang, kortere shots (CU) van handen, gezicht, eten ijsje.

Afwisseling met camerastandpunten.


Beeldopbouw en compositie:

Camera is een verlengpunt van onze ogen. Geef deze ogen dus goed de kost.

Denk aan:

Zoveel mogelijk storende elementen uit beeld laten, dit richt de aandacht op het eigenlijke onderwerp.

Aandacht van de camera op één object tegelijk. Waar gaat het om: de wolkenluchten of de boot op het water, of mogelijk alleen de persoon op de voorgrond.

Horizon rechthouden, zeker met water.

 

Een verhaal ontwikkelen:

Als amateurfilmer worden we onmiddellijk met twee beslissingen geconfronteerd.

Wat is mijn verhaal?

En hoe moet ik dat aanpakken?

Wordt het een ongecompliceerde optekening van wat er op een dag gebeurd of voelen we meer voor een wat verfijndere geperfectioneerde manier?

Wanneer we dit probleem hebben opgelost is het tijd voor het aanpakken van meer specifieke problemen.

In het kader van ons onderwerp van vanavond laten we speelfilms en documentaires buiten beschouwing, omdat deze altijd gebaseerd zijn op een bestaand verhaal. Het schrijven van een dergelijk verhaal is niet iedereen gegeven en kunnen we beter overlaten aan professionele schrijvers. Zie ook het MMM project.

Natuurlijk kunnen we een bestaand verhaal wel bewerken en aanpassen aan onze eigen mogelijkheden.

Ook bij het maken van een documentaire moet al vooraf bekend zijn wat we willen vertellen en laten zien. Een documentaire behoort ook een boodschap te hebben.

Je kunt natuurlijk ook proberen om van bestaande beelden een documentaire te maken met behulp van fotomateriaal etc. Maar je hebt dan wel een verhaal nodig voor je gaat monteren. Voorbeeld Gaudi.

Methode/werkwijze van Harry en John:

Vanavond wilden John en Harry het meer hebben over de manier waarop zij dit probleem van “een verhaal brengen in een film” oplossen.

Natuurlijk zijn andere methoden denkbaar en leiden even goed tot resultaat.

Volgorde:

1. Je moet een idee hebben.

Wat willen we maken? Gaan we de opnamen maken of maken we gebruik van bestaande opnamen, of wellicht een combinatie van beiden. Over het algemeen is het moeilijk na te gaan waar nu een basisidee vandaan komt. Men herinnert zich wel dat men een idee kreeg. Maar vaak niet meer de manier waarop. 

2. Analyse van het materiaal.

Wat hebben we aan beelden en wat kunnen we ermee.

Kunnen we hier een verhaal van maken of komen we beelden te kort.

Kunnen we gezien de tijd nog beelden opnemen?

Zetten we beelden bij de muziek of muziek achter de beelden?

Wat doen we met te geven informatie, voice over, kaarten, fotomateriaal.

3. Schrijven van een verhaal

Wat willen we vertellen? Hoe doen we dat? Wordt het een reisverslag, documentaire, genrefilm etc.? Lees over het onderwerp, wordt een kenner van de materie. Hoe zit alles logisch in elkaar?

Bv Bloemen houden van mensen.

Bv Trier, een wandeling door 2000 jaar geschiedenis.

Bv Salvador da Bahia

Bv Op zoek naar ... Marieke

4. Decoupage en montage

Op basis van het verhaal zetten we de beelden in de gewenste volgorde.

5. Toevoegen voice over en muziek

We schrijven de tekst uit en nemen dit vervolgens op.

Kiezen voor een hierbij passende muziek. Maar wat is passende muziek?

Muziek bij Trier lijkt eentonig maar verandert per onderwerp, wel in zelfde orkest setting.  Van barok tot klassiek.


Aan de hand van enkele voorbeelden ontspon zich een discussie over de vraag of er nu een verhaal zat in de film of niet. Daarover liepen de meningen, zoals gebruikelijk onder filmers, wel eens uiteen. Voor de een is "ik snap het niet" geen verhaal. Voor de ander zit er wel een duidelijke lijn in het is het begrijpelijk. 




 

 

 CluB Webmaster: John Riegen / Harry van der Burgt