2009-03-18 Gabriel de Leeuw

Onder de noemer "Cameravoering, van Simpel tot Super" beloofde hij ons een aantal handige tips te geven. Allereerst introduceerde hij zichzelf. We hebben dat niet allemaal opgeschreven, maar we verwijzen maar naar de eerder gepubliceerde informatie.

gabriel de leeuw

Gabriël de Leeuw (geboren op 20 november 1937 te Bussum) volgde na de HBS een artistieke opleiding aan de kunstacademie, startte zijn loopbaan als reclameman om vervolgens zijn carrière voort te zetten als industrieel ontwerper.  Op filmgebied noemt hij zichzelf een 'laatbloeier', want pas op 50-jarige leeftijd besloot hij het roer om te gooien en zijn artistieke kennis in het film- en televisievak te stoppen. Na een gedegen, veelal buitenlandse opleiding (BBC), mocht hij zich volleerd cameraman en editor noemen. 'Hoewel je in het filmvak nooit uitgeleerd raakt', zoals hij zelf zegt. 

Hij vervaardigt producties in eigen studio, monteert films van amateur-filmers en heeft naam gemaakt in het vervaardigen van zeer artistieke trouwfilms. Tevens is hij docent en draagt zijn vakkennis graag over op o.a. jonge, beginnende filmmakers en videoclubs in het gehele land. Hij volgde diverse juryopleidingen, maakt deel uit van de 'rondreisjury' van FAA NH '63 en is lid van Videofilmers GSA te Hilversum.

Leuk was zijn opmerking over de vertaling van het begrip Editor in het Nederlands. Wij kennen eigenlijk geen woord voor iemand die de montage doet. Een monteur is tenslotte wat anders. Volgens Gabriel noemen ze in België zo iemand een "Montagist". Het is maar dat we het weten. Maar wat moet je vertellen aan een groep filmers die al jaren een camera vasthouden? Vandaar zijn onderwerp "van simpel tot super", omdat er verschillende mogelijkheden zijn om de camera te gebruiken.

A. Wat hebben we nodig als we goede opnamen willen maken?

1. Camera:

gdl DSC_5519

De camera ziet wat jezelf ziet en legt dat voor ons vast. Dat moet dus wel goed gebeuren. Zorg er daarom als eerste voor dat de lens schoon is en ook de zoeker. Gebruik daarvoor een zacht doekje of een blaaskwastje. Zeker geen gebruikte zakdoek of agressieve middelen. Gebruik geen middelen die je niet voor je eigen ogen zou willen gebruiken! Zorg ook dat de lens beschermd is met een voorzetglaasje, bijv. een UV filter. Controleer wel of zo'n filter ook kleurloos is.

2. Microfoon:

Ingebouwde microfoon mag, maar beter is een externe richtmicrofoon.

3. Koptelefoon:

Gebruik een goede koptelefoon, liefst in stereo. Die kleine oortjes zijn ongeschikt en stereo is nodig om te controleren of beide sporen wel goed worden opgenomen.




4. Statief:

cameravoering-2

Voor mooie opnamen gebruik je het liefst  een joekel van een statief. Geen fotostatief omdat dit goede bewegingen bemoeilijkt. Een goed filmstatief hoeft niet eens duur te zijn. Gebruik van tweedehands statieven wordt afgeraden omdat deze wel eens kunnen lekken. Bij het maken van opnamen tijdens de vakantie levert dat wel eens een probleem op omdat de goede statieven groot en zwaar zijn. Zorg in de vakantie dan voor een lichter statief of gebruik een eenbeen-statief, borststatief of een ander hulpmiddel. Belangrijkste is: Zorg dat de camera stil staat. Wees ook je eigen statief en wees voorzichtig met ademen tijdens de opname bij gebruik van een borststatief. Gebruik van de zoeker ipv display kan stabielere beelden opleveren als we de camera met beide handen vasthouden, de camera tegen het oog drukken en de ellebogen in de zij vastzetten. Sjouw tijdens de vakantie niet teveel mee, maar geniet van de vakantie.


B. Hoe maken we goede opnamen?

Door goed gebruik van de camera met toebehoren en en goede toepassing van een aantal film begrippen.


1. Beelduitsnede en kaders.

Kies bij het opnemen voor een goede compositie en gebruik daarbij "zeer grote totalen" tot "extreem close up" met alles daartussenin. Gabriel is een groot voorstander van close-ups, omdat deze altijd spannend zijn. In zijn eigen films zit meer dan 50% close-ups. Ga ook van een totaal zo snel mogelijk "to the point" en sla tussenstappen gewoon over. Wees zuinig met totalen, omdat in de film daarvan weinig overblijft.

2. Inzoomen en uitzoomen.

Hierover lopen de meningen uiteen. Of je een zoom kunt gebruiken ligt aan de situatie. De functie van inzoomen is dat je de nadruk legt op de spanning die gaat komen (er moet dan natuurlijk wel iets zijn). Een tulp in totaal blijft na inzoomen tot close-up nog steeds een tulp. Alleen als in de close-up een wormpje te zien is in het hart van de tulp dan voegen we wat extra toe. Wees daarom zuinig met inzoomen. Gebruik in een inzoom dan ook 2 tot 3 inserts.

Gabriel is zelf een groot voorstander van uitzoomen. Je bereikt daarmee meer dan met een inzoom. Wel moet het begin en einde van de beweging een goede compositie zijn.

3. Pan en tilt.

Een pan (panorama) is een horizontale beweging van links naar rechts of omgekeerd. Een tilt is een verticale beweging van onderen naar boven of omgekeerd. Maak deze opnamen zoveel mogelijk heen en terug, maar laat dat niet bij montage in de film zitten. Wel kun je dan altijd kiezen welke richting je wilt gebruiken. Maak een pan en tilt altijd in een vloeiende beweging zonder hikken en stoten. Een pan kan heel mooi zijn als je hem goed maakt! Stel eerst een begin en einde van de beweging vast. Oefen altijd een paar keer droog. Oefen deze beweging alsof je in een auto wegrijdt of dit doet op de fiets, m.a.w. rustig wegrijden en rustig stoppen. Begin de opname op het juiste beginpunt met 5 sec stilstand, zet dan de beweging in, versnel, vertraag de beweging en komt tot stilstand op het juiste punt en houdt dat weer 5 sec aan. Het beste is hiervoor een lange arm op de kop van het statief en probeer dat zoveel mogelijk met een lichte vinger beweging te doen. Bij de tilt houden we hetzelfde principe aan. Wel moeten we ervoor zorgen dat in het begin de camera in evenwicht staat en niet voorover klapt. Ook hier beginnen vanuit stilstand, de beweging inzetten, versnellen en vertragen en vervolgens komen tot stilstand. Om dit laatste te realiseren moeten we de kop tijdens het vertragen langzaam vastdraaien.

4. Rijder.

Bij een rijder bewegen we de camera naar voor of naar achter. We kunnen dat lopend of op een dolly doen. Mooi is ook beweging met een hangende camera, je bent dan je eigen bewegend statief. Een rijder is in het algemeen mooier dan een inzoom.

5. Camera standpunten.

We kennen daarbij een "vogelperspectief", "kikkerperspectief" en "ooghoogte". Bij vogelperspectief (kinderen) wordt naar de camera opgekeken. Bij een kikkerperspectief kijken we ergens tegenop. Personen worden hierdoor altijd minder vriendelijk neergezet en wees daarom zuinig met dit standpunt. Bij ooghoogte kunnen we ook rekenen het door de knieën gaan, zodat we ook op ooghoogte komen met kinderen. Belangrijk bij het camerastandpunt is dat we shots vanuit verschillende gezichtshoeken nemen, zodat het lijkt dat we met meerdere camera's hebben gewerkt.

C. Handmatig of automatisch?

De tegenwoordige camera's zijn erg goed en voorzien van een uitstekende automatiek. Ongeveer 80% van alle opnamen kunnen we gebruik maken van de automatiek. Problemen krijgen we wanneer de camera niet meer weet wat te doen. Wat moet scherp? Wat moet goed worden belicht? Ook het verleggen van het brandpunt moeten we altijd handmatig doen. Gebruik dit verleggen vaak voor mooie effecten. Als we scherptediepte willen veranderen zullen we moeten werken met het diafragma. Scherpstellen op een gezicht doen we door te focussen op de wortel van de neus (ooghoogte).

Als slot voor de pauze maakte Gabriel de opmerking: 

"Als iets gemakkelijk kan, kan iedereen het. Moeilijke dingen gaan we liever uit de weg. Belangrijk is dat we veel bewegingen oefenen, zoals gelijktijdig zoomen en pannen. Bewegingen moeten we aanleren".

gdl DSC_5524

Na de pauze hadden we de mogelijkheid allerlei bewegingen in de praktijk met de eigen camera te oefenen. En al leek dat allemaal betrekkelijk eenvoudig, toch werden hier en daar wel wat problemen geconstateerd. Nakijken van de gebruiksaanwijzing van de camera was dan soms wenselijk. Vervolgens keken we naar een filmpje van GSA Hilversum waarin verschillende bewegingen waren opgenomen. Tot slot draaiden we een film van Gabriel zelf waarin veel vormen van bewegingen waren verwerkt. Belangrijkste advies dat we kregen was een stukje huiswerk: neem je camera, ga naar buiten en oefen allerlei bewegingen".


Toch een leerzame avond. Vaak weten we wel hoe het moet, maar brengen dat te weinig in de praktijk. Ook zijn de tips om het net wat beter te doen wellicht een aansporing om dat ook is onze manier van filmen tot uiting te laten komen.

Uiteraard is dit verslag slechts een weergave van de avond. Diegenen onder ons die nog meer willen weten over cameravoering verwijzen we graag naar:

Gabriel de Leeuw, "Er komt beweging in...", Videoemotion 80-09,maart/april 2009, pag. 21-23.



 CluB Webmaster: John Riegen / Harry van der Burgt