2009-05-12 Filmanalyse

Mieneke Mei had voor deze avond een paar films uitgezocht en geanalyseerd. Door omstandigheden was deze avond daarvan slechts een film aanwezig, maar deze bood toch voldoende stof om naar te kijken en er over te praten. Het werd de film "Songs of the second floor" van Roy Andersson.

roy_andersson360

Met SONGS OF THE SECOND FLOOR keerde Roy Andersson bij het filmfestival van Cannes in 2000 weer terug uit de vergetenheid, meer dan 30 jaar nadat zijn debuutfilm bij de Berlinale de "Goldenen Bären" had gewonnen. We konden deze avon kennismaken met het ongewone talent van deze Zweedse regisseur, geboren in 1943 in Stockholm en afgestudeerd aan de Stockholmse Filmhogeschool met de afstudeerfilm  EN KÄRLEKSHIS TORIA (A Swedish Lovestory, 1969). Zijn tweede film GILIAP (1975) verslond een veelvoud aan kosten en werd een grote flop. Andersson keerde de speelfilm de rug toe en en begon een lange carrière als regisseur van in de prijzen vallende reclamespots. Het geld dat hij hiermee verdiende bood hem de kans in 1981 "Studio 24" op te zetten en er met nieuwe stijlmiddelen te experimenteren. 

Directe aanleiding voor de keuze van deze film was het project voor een absurdistische film. Dit project moest helaas worden afgeblazen.

songs_from_the_second360

Dat het anders is als gewoon konden we aan de geselecteerde film wel zien. Andersson werkte met niet professionele acteurs en er was geen uitgewerkt script. De film werd gemaakt met eindeloos geduld. Sommige scènes moesten wel 70 keer worden overgedaan. Aan een film van 90 minuten werd 4 jaar gewerkt. Gefilmd werd met een vast standpunt. Elk beeld heeft een enorme kracht en roept steeds nieuwe associaties op. Uitgangspunt voor de film was een gedicht "Beloved is the man who sits down" van de Peruaanse dichter Cesar Vallejo. Volgens de regisseur moet de film gezien worden als een metafoor voor het leven ("het valt niet mee om mens te zijn"). 


2009-05-12

De kunst van het toekijken, zo kan de film ook omschreven worden. De camera staat stil en registreert al het doen en laten van de wanhopige maar toch doorploegende groep mensen. Ze zien niet in dat ze er beter bij kunnen gaan zitten en betreden door hun onwetendheid het doolhof van frustratie, vernedering, wanhoop en mislukking. Doorgaan, zwoegen, zichzelf alles ontzeggen alsof dat verlichting brengt. De mens zit vast in haar eigen gecreëerde web vol religie en pogingen het leven te begrijpen en doorgronden, om nog maar te zwijgen over zinledige termen als zingeving, ambitie en mogelijkheden. In tientallen verschillende scènes die hier en daar met elkaar verbonden zijn worden alle mogelijke facetten van de mens en zijn plaats in de cultuur op een absurdistische manier niet zo zeer te kijk gezet, alswel filmisch onderzocht. De kracht van de implicatie en de schijnbaar oneindig gelaagde structuur van de film sleurt je mee in een droomwereld die bij nadere inspectie de essentie van het leven blijkt te zijn. Laten we toch de rust vinden en lachen om onszelf; zo erg is het allemaal niet zolang we maar rustig gaan zitten en toekijken, vooral toekijken en dankbaar zijn dat Andersson ons deze wonderschone spiegel heeft voorgehouden. Tussen haakjes, de muziek was van Benny Anderson (Abba).

Het is geen gemakkelijke film, maar wel origineel. Je moet er voor open staan, maar dan weet de film toch ook wel te boeien. Een dergelijke benadering is zeker voor herhaling vatbaar.



 CluB Webmaster: John Riegen / Harry van der Burgt