2010-02-03 Cameravoering JS

De oproep van de programmacommissie om allemaal een camera en statief mee te brengen om een aantal zaken rond het gebruik ervan in de praktijk te brengen was niet zonder resultaat gebleven. Over de hele zaal verspreid stonden filmers met camera op statieven in een bont scala van merken en met verschillende mogelijkheden. Onder de bezielende en deskundige leiding van John Sterk werden verschillende aspecten behandeld.

IMG_0346

1. Statief:

Een goed videostatief heeft een olie gedempte kop, blijft in alle standen stil staan en heeft een waterpas voor het horizontaal zetten. Voor een prettige opname moet de camera op ooghoogte staan. Het gebruik van een middenzuil moet worden ontraden, omdat die ten koste gaat van de stabiliteit. Voor een goed statief voor video moet je toch wel rekenen op ca 200 euro. Bij een goede zaak zijn verschillende statieven te koop die voldoen aan de te stellen eisen. Goede mogelijkheden zijn te vinden bij Manfrotto en Libec.




2. Lens en opnamechip:

In het algemeen geldt daarbij: hoe groter, hoe beter. Een kleine opnamechip kan volstaan met een kleine lens. De meeste consumentencamera's hebben 1 opnamechip (CCD of steeds meer CMOS). Meer professionele camera's gebruiken nog 3 CCD's. De range van Panasonic bevat ook in het consumentengebied camera's met 3 CCD's. Bij normaal gebruik zie je geen verschil tussen 1 en 3 chips, alleen bij sterk verzadigde kleuren kan dit zichtbaar worden. De grootte van de lens heeft wel invloed op het spelen met de scherptediepte en de lichtgevoeligheid. Zoomlens tot 10x is ruim voldoende. Een voorzetlens is vooral bij HD kritisch, zodat hier toch wel gekozen moet worden voor de duurdere (ca 250 euro) speciaal voor HD ontwikkelde lenzen. Met goedkopere lenzen zijn ook de zoommogelijkheden beperkt.

3. Scherptediepte en belichting:

Bij kleine camera"s (kleine lenzen) is eigenlijk alles scherp. Grotere lenzen hebben een kleinere scherptediepte. Maak bij teveel licht gebruik van een grijsfilter. In het algemeen is een diafragma rond 4 de beste keuze.  Boven 8 komen soms afwijkingen voor als afbuigverschijnselen. Wil je meer weten over het diafragma kijk dan eens bij http://www.digitalefotografietips.nl/basiscursus/diafragma/

Bij de belichting is de volgorde: gain / sluitertijd / diafragma bij gebruik van de automaat. Deze zijn meestal aan elkaar gekoppeld. Bij weinig licht gaan sluiter en diafragma helemaal open om zoveel mogelijk licht door te laten, daarna wordt de gain ingeschakeld. Bij meer licht wordt eerst de gain uitgeschakeld, vervolgens de sluitertijd op standaard gezet (tv50) en daarna wordt het difragma aangepast. Daarnaast hebben we de mogelijkheid om te kiezen voor een sluitertijdvoorkeuze (TV) of een diafragmavoorkeuze (AV). De afkorting kan per merk wel verschillen. Een goede mogelijkheid voor een optimale belichting is het gebruik van het zebra effect. Bij 70% mogen de streepjes op een lichte huid nog net te zien zijn. Kiezen we voor 100% dan is het lichtste deel van het beeld (bij. wit papier) de grens. In het algemeen is iets te donker beter dan te licht i.v.m. aanpassing tijdens de montage.


400px-Akker-scherptediepteverschilIn de praktijk werd geoefend door te spelen met de scherptediepte met gebruik van de op de tafels staande bloempotjes. De foto hiernaast geeft ook een goed beeld van  de scherptediepte. We moeten dan wel dicht naar het object en de scherpte handmatig verleggen.

Werkwijze: inzoomen, scherpstellen en op handmatige scherpstelling over gaan (Focus).





4. Witbalans:

578px-Color_temperature.svg

Het licht dat we gebruiken bij opname heeft niet steeds dezelfde kleur. Onze ogen zien een vel wit papier wel altijd wit, maar de camera ziet dat toch wel anders. De automatische witbalans (AWB) gaat steeds uit van een gemiddelde kleur. De beste kleurechtheid bereiken we door te kiezen voor een voorgeprogrammeerde waarde als daglicht, kunstlicht, TL-verlichting etc. De beste waarde bereiken we door handmatig te witten op een op de grond liggend vel wit papier. Als we met meerdere mensen "witten" doen we dat natuurlijk op dezelfde plaats met hetzelfde licht.

tricolor[1]Hiernaast zien we hoe de camera reageert op verschillende kleuren van het licht. Het verdient de voorkeur om minder gebruik te maken van de automatische witbalans en bij daglicht te kiezen voor de daglichtstand (zonnetje).

Tot slot werd nog ingegaan op de meest voorkomende fouten die door amateurs worden gemaakt. Veel van de in de zaal genoemde fouten stonden ook op het lijstje van John. Gedacht kan worden aan te lange shots (als het voor het gevoel te lang duurt), panorama zonder goed begin en einde (beste is stil/pan/stil en weer terug), teveel zoomen zonder doel, camera bewegen zonder doel (onderwerp mag bewegen), praten tijdens de opname en belichting vergeten vast te zetten. Genoemd werden ook nog de beelduitsneden en de camera perspectieven. Nieuw waren begrippen als "dutch look" (camera schuin houden) en "US look" (personen filmen vanaf de knie).

Al met al een interessante avond met veel praktijk.


 CluB Webmaster: John Riegen / Harry van der Burgt