2013-05-22 Technische avond

Op deze technische avond kwamen verschillende onderwerpen aan bod.Allereerst het probleem dat veel aansluitingen op onze thuisapparatuur verschillend zijn.In het algemeen heeft men met HDMI geen problemen, wel als men geluid via audioapparatuur wil laten lopen.   Aansluiten via scard  s-video en composiet zal altijd tot verlaging van kwaliteit leiden. Als we uitgaan van niet-HD kwaliteit dan speelt dat geen rol. Component heeft ook een goede bijna RGB kwaliteit.

Omdat de kwaliteit van de beelden op de HD-beamer afhankelijk is van het aanbod, had John Sterk wat voorbeelden gemaakt van HD-beelden en vervolgens geconverteerd naar verschillende kwaliteiten.Van belang is dat de kwaliteit van de beelden wordt bepaald door de resolutie (aantal pixels, HD of SD), het aantal beelden per seconde (25 of 50), Interlaced/progressive, en de manier van comprimeren (MPEG2 of H.264/MPEG4). Bij compressie speelt een rol dat we meesters zijn in het weglaten van informatie (van veel informatie naar veel minder). MPEG2 compressie kennen  we allemaal van DVD (SD kwaliteit) en BD (HD). H.264 werd oorspronkelijk bedoeld voor gebruik via Internet en niet voor opnemen van films. In de hobbysfeer is deze compressie echter naar camera's gebracht. Bij montage moeten we er eigenlijk zo snel mogelijk vanaf om natief monteren mogelijk te maken. Interlaced geeft vloeiende beelden op een TV maar niet op een computer.

Uitgangspunt voor de verschillende demoversies was 1080 ProRes 422.mov (50p en verlies loos). We zagen achtereenvolgens MPEG2 25 b/s, MPEG4 1080p 25b/s, MPEG4 1080i 25b/s, MPEG4 720p 50b/s (Duitse zenders),  MPEG4 720p 25b/s (bijv. Vimeo) en PAL wide (is ook DVD formaat). De verschillen bleken (m.u.v. PAL) kleiner dan werd verwacht. MPEG4 720p 50 kwam als een goede en ruimtebesparende versie naar voren.

Na pauze keken we naar een demofilm van Realflow 3D (Next Limit Technologies). Een heel mooi (maar ook heel duur) 3D animatie programma.
Theo had thuis problemen ondervonden met het scalen van foto's in formaat 4:3 naar 1080. Op de clubapparatuur was dit niet reproduceerbaar. Wel werd besproken dat het scalen altijd een probleem geeft, zowel bij vergroten als verkleinen. Het werken met 25p/50p is daarbij beter dan met interlaced. De beste methode is in een fotoprogramma de resolutie te maken die men wil (bijv. in Photoshop vergroten met bcubic) en dus niet te vergroten (scalen) in het montageprogramma.


 CluB Webmaster: John Riegen / Harry van der Burgt